Uitgelicht: Jasja Offermans

In Uitgelicht wil Women In Music vrouwelijke muzikanten een podium bieden waar ze zichzelf kunnen laten zien. Met deze keer: Jasja Offermans, bassiste van Indian Askin en alleskunner.

Ik heb met Jasja afgesproken in Zaal 100, Podium voor Ongehoord Geluid. Het voormalig schoolgebouw in de Staatsliedenbuurt ademt creativiteit. ‘Het is een super leuke plek. Er wordt gerepeteerd, er zijn jamsessies, exposities en er is ook een restaurant waar je voor weinig ecologisch verantwoord kunt eten. En je had Club 100, een muziekavond met een hele diverse programmering van gekke jazzimpro tot ingetogen pop. Hier deed ik voor het eerst live geluid. Het begon allemaal rond het aanbreken van de puberteit: ik woonde twee straten verderop en kwam hier graag. Ruim voordat het officieel mocht stond ik hier al achter de bar’.

Denk je even na of dit wel een goed idee is

Als dochter van gitariste en componiste Corrie van Binsbergen (Stichting Brokken) en bassist Hein Offermans kreeg Jasja muziek met de paplepel ingegoten. ‘Als kind ging ik vaak mee naar de theaters en vermaakte me daar prima. Overal stiekem deuren in waar je niet achter mocht kijken. Volgens mijn ouders was ik vroeger een ontzettende lieverd. Dat veranderde toen ik ging puberen. Ja God, dan wordt je gewoon een beetje vervelend’, lacht ze. ’Eigenlijk had ik niet veel reden om me tegen ze te verzetten, maar dat probeerde ik natuurlijk wel. Dat hoort nou eenmaal bij de periode. Inmiddels ben ik als tourmanager on the road met ze, samen met de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst. Wie kan dat nou zeggen. Ik vind het hartstikke tof om daar nu mee bezig te zijn’.

‘Muziek maken ging in dit gezin heel natuurlijk, heel vloeiend’, gaat ze verder. Er was geen speciaal moment dat ik dacht: dit wil ik ook. Ik zag gewoon mijn ouders samen spelen en dacht: holy shit, dat is vet! Ik heb op een gegeven moment die gitaar geprobeerd en die basgitaar en het klikte gewoon meteen met die bas. Dat was meteen duidelijk. Mijn ouders hebben me bewust laten nadenken of het wel een goed idee was om hier mijn werk van te maken, maar ze hebben me altijd overal in gesteund’.

Op de bas ben ik ooit verliefd geworden en dat gaat nooit meer over

De keuze was gemaakt en dit jaar studeerde Jasja af aan het Conservatorium van Amsterdam nadat ze hier in 2009 al was aangenomen. ‘Ik heb er ruim drie jaar niet gestudeerd. Ik begon eigenlijk met een blessure aan het Conservatorium en dat ging alleen maar slechter in die eerste periode. Ik had allerlei therapieën geprobeerd en iedereen zei dat het niet meer goed ging komen. Uiteindelijk was er een plastisch chirurg die tegen mij zei dat ik eigenlijk niet gebouwd was om te bassen. Oké, bedankt voor de informatie dacht ik, maar dat is wel wat ik wil. Dat was even slikken want ik wist als een van de weinigen op de middelbare school wél wat ik wilde doen, en nog heel specifiek ook. Ik ben begonnen met klassiek piano en heb ook nog een beetje toetsen gespeeld, maar bas is gewoon mijn instrument. Daar ben ik ooit verliefd op geworden en dat gaat nooit meer over. Tijdens die blessure deed ik wat ik dacht dat goed was, maar ik was ook jong en onervaren. En ik wilde héél graag. Een kleine samenvatting van die periode: In het begin nam ik het niet serieus genoeg, dus dan speelde ik nog te veel. Later was ik er weer té serieus mee bezig en raakte overbezorgd. Balans is ‘key’.

Iedereen vroeg er elke dag naar. Hoe goed bedoeld ook, het ging alleen maar over mijn pols. Drie jaar lang, doodvermoeiend. Vervolgens zei de plastisch chirurg dat ik geen goede keuzes had gemaakt en dat ik er zo nooit zou komen. Het was ook best wel een eikel. Dit is toevallig wel mijn hart waar je het nu over hebt. Hij gaf me de keuze; Zo door gaan en tussen de 5 en 10 minuten per week spelen en dat dan waarschijnlijk de rest van je leven blijven doen, maar daar heb je natuurlijk geen reet aan. Of je stopt er nu mee en hoopt dat het ooit over gaat en dat het dan nooit meer terug komt. Uiteindelijk heb ik dat laatste besloten en ben na twee jaar Conservatorium gestopt.  Toen moest ik ineens nadenken over wat ik dan met mijn leven wilde doen. In het begin was het verschrikkelijk, maar eigenlijk kwam ik er al vrij snel achter dat ik op andere manieren ook blij werd van muziek maken. Ik was vaak bij repetities en als je zelf niet speelt heb je een heel ander zicht over een bandje. Ik kreeg zo veel ideeën die ik niet had toen ik nog wel speelde en ben toen naar de HKU in Hilversum gegaan en heb me aangemeld voor productie en compositie. Eigenlijk wilde ik de technische kant op en bandjes producen en kreeg uiteindelijk toestemming voor een profiel met studiotechniek en productie. Ik ging bandjes opnemen en vond dat heel erg leuk.  Een van mijn dromen is nog steeds ooit mijn eigen studio te bouwen en daar bandjes opnemen en producen. Dat is daar een beetje ontstaan. Oh ja, en als we het dan toch over vrouwen in de muziek hebben… mijn jaar bestond uit 73 mensen, 70 jongens en 3 meisjes waaronder ik zelf. Dat is een beetje de verhouding als je denkt aan die kant van de muziekwereld’.

Ik ben eigenlijk hartstikke trots op mezelf!

‘Ondertussen had ik anderhalf jaar niet gespeeld en ik was benieuwd hoe het er voor stond’, gaat Jasja verder. ‘Ik voelde mijn pols nog steeds en moest er op een of andere manier vrede mee krijgen en wilde dat er toch weer iemand naar ging kijken. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een neurologe in Maastricht waar ik uitgebreid werd onderzocht. Aan het eind van de dag zei ze tegen mij dat mijn blessure gewoon over was. Ik kon het niet geloven, maar ik moest thuis op de bank gaan zitten en tien minuten alleen maar denken aan bassen en dan kijken wat er gebeurde. Binnen een minuut had ik dezelfde pijn als die ik drie jaar geleden voelde. Dat was zo’n idioot moment, dat je je realiseert dat je het jezelf aandoet. De pijn was echt, alleen de oorzaak was er niet meer. Mijn hersenen associeerden die bas met pijn. Heel bizar. Ik mocht van haar weer gaan spelen, maar was daar helemaal niet klaar voor. Een jaar heb ik aan het idee moeten wennen dat ik een blessure had gehád en dat het weer kon. Uiteindelijk heb ik drie jaar geen snaar aangeraakt. De eerste keer was ik was zenuwachtig en nog voordat ik een noot had gespeeld kreeg ik last van mijn pols. Maar het was niet echt, daar moest ik me bewust van worden door steeds te zeggen; ‘ik heb geen last van mijn pols, ik heb geen last van mijn pols…’ De eerste paar optredens moest ik dat even doen en daarna hoefde dat niet meer. Ik ben dus eigenlijk net weer vier jaar aan het spelen, helemaal nog niet zo lang. De HKU heb ik niet afgemaakt en ben terug gegaan naar het Conservatorium o.a. op aandringen van Anna van Rij (The Visual). Ik snakte er naar om verder te gaan, moest het afmaken. De cirkel is nu rond en ik ben eigenlijk hartstikke trots op mijzelf.

Naast haar studie was Jasja het laatste anderhalf jaar op het Conservatorium erg druk als bassiste van Indian Askin. ‘Ik ken Indian Askin al heel lang. Ik heb ze zelfs in 2008 hier nog eens geboekt voor Club 100. Ik kende Chino toen nog niet goed, maar ik snapte wel heel goed zijn keuzes in harmonieën en ritmes en voelde me daar heel erg thuis bij. Het leek me te gek om samen te spelen. Ik ben opgevoed met Zappa. De onverwachte wendingen in de muziek en de humor gelden deels ook voor Indian Askin. Natuurlijk neem je muziek maken serieus, maar je moet jezelf niet altijd te serieus nemen.

Ik ben een beetje een alfavrouwtje

Als meisje in de band wordt Jasja vaak als ‘stoer’ gezien. ‘Toen ik net begon met bassen heb ik een keer in een soort van bloemetjesjurk gespeeld en dacht toen; dit ga ik nooit meer doen. Dat paste echt niet bij mij, maar zeg nooit ‘nooit’. Het is gewoon een jongenscultuur en daar wilde ik graag in mee gaan. Vroeger maakte ik altijd het grapje dat ik een beetje een alfavrouwtje ben. Ik wilde ook niet met andere vrouwen in een band zitten. Toch heb ik wel veel met zangeressen gespeeld en een vrouwelijke drummer. Vrouwen die in bandjes spelen zijn eigenlijk allemaal hartstikke stoer, niet van die ‘meisjes-meisjes’. Maar dat was het toch niet echt voor mij. Als ik een ideale band voor me zag dan zag ik toch echt jongens. Lekker makkelijk in de omgang, maar dat bleek helemaal niet altijd zo te zijn. Ik heb eerder een bandje gehad met allemaal jongens… ik heb nog nooit zo veel geluld en zo weinig muziek gemaakt. Tegenwoordig denk ik er wel anders over. Toen ik vorig jaar zo ontzettend veel met Indian Askin speelde dacht ik wel eens: mag er af en toe ook een vrouw bij me in de buurt zijn? Dan wil je wel eens een echt gesprek voeren met iemand en met die gasten is dat soms wel even zoeken. Je moet er tegen kunnen en je wordt er ook hard van. Je moet een manier vinden waar jij je prettig bij voelt.

Verder is ze niet erg bezig met het ‘vrouw zijn’ in de muziekwereld. ‘Ik heb het altijd gezien als een voordeel. Je valt meer op. Dat klinkt heel stom, maar dat is nou eenmaal zo. Natuurlijk word ik wel eens moe van opmerkingen als ‘wat sexy of wat geil’, maar aan de andere kant… nou en. Je moet jezelf vaak wel iets meer bewijzen, dat idee heb ik wel. Vooral naar de buitenwereld toe. Met muzikanten onderling en op het Conservatorium heb je daar geen last van. Daar is het een op een. Toen ik techniek deed was het wel heel anders. Dat is een gesloten wereld en behoorlijk ouderwets. En al helemaal in theaters. Een paar jaar geleden kwam ik in een jurkje aan en zei dat ik het geluid kwam doen. Die gast keek me aan alsof ik een grapje maakte. Toen ik zei dat ik er ook niets aan kon doen dat ik een jurk aan had, maar gewoon kon schuiven, draaide hij bij. Ik ga altijd open en eerlijk ergens in en meestal komt het dan wel goed. Er zijn amper vrouwen die techniek doen en het is gewoon een hartstikke vette baan. Ik heb ondertussen alle kanten van het podium gezien, weet wat er om mij heen gebeurt als ik op het podium sta. Ben een beetje een control freak, maar het is ook gewoon leuk’.

Wat is de grootste uitdaging voor mijzelf?

Een nieuwe uitdaging was haar afstudeerproject. Naast optreden met Indian Askin trad ze die avond solo op. ‘Ik had mijzelf de vraag gesteld: wat is de grootste uitdaging voor mijzelf? Ten eerste was dat alleen spelen, zelf de muziek schrijven. Als bassist is dat niet het eerste waar je aan denkt. Daarnaast was dat improviseren. Dat vind ik eng en al helemaal als je in je eentje bent. Je moet je concentratie de hele tijd vasthouden. Hoeveel moet je improviseren en in hoeverre heb je een kapstok met dingen waar je op terug kunt vallen? Ik wilde heel graag laten horen hoe Jasja alleen op basgitaar klinkt. Wat voor harmonieën en ritmes komen er uit mij. Dat was een pittig proces want je kunt niet sparren met iemand. En ik ben ontzettend zelfkritisch en dat was niet bevorderlijk voor het proces in het begin kan ik je vertellen. Wat uiteindelijk de muzikale output is vind ik nog niet eens zo interessant, maar wel dat ik het op die manier heb gedaan. Ik had een Tsjechoslowaakse film uit de sixties gezien, Daisies. Super bizar, geen touw aan vast te knopen, maar ik wilde daar heel graag muziek bij maken. Op bas met effecten heb ik de sfeer van het beeld gepakt en met zo’n acht minuten film gespeeld. Helemaal nieuw was het ook weer niet voor me want voor mijn gevoel ben ik groot geworden in de theaters, omdat mijn ouders in het genre spelen waar veel in theaters mee gespeeld wordt. Dus ik voel me daar altijd wel in thuis. Ik heb ook wat vriendinnen die met theater bezig zijn dus ik speel met het idee dat te combineren en wie weet  krijgt mijn solo project zo nog een vervolg.

Voor de nabije toekomst zit Jasja met Indian Askin in de afrondende fase van de opnames van het nieuwe album. ‘We hebben nu eindelijk zo’n flow te pakken dat het heel moeilijk is om te zeggen: nu is het genoeg. Maar we hebben genoeg. We hebben zo veel vette songs. Ik heb er echt heel veel zin in’. Daarnaast is ze tijdens een aantal rondes jurylid voor De Grote Prijs van Nederland.

En voor later… ‘Ik wil weer terug de studio in, bijvoorbeeld met iemand mee gaan lopen. Nu ik klaar ben met school heb ik daar ook wel meer tijd voor. Ik ben ook meer bezig met schrijven. Vroeger schreef ik veel teksten, maar nooit gekoppeld aan muziek. Die hield ik voor mijzelf. Ik heb veel interesses in de muziek, niet alleen maar om muziek te maken. Die dynamiek zoek ik graag op. Geluid doen, de productie… mijn eigen studio later. De tour met mijn ouders is een leuk begin’.

http://indianaskin.com/ 

Een reactie plaatsen