Uitgelicht: Roos Blufpand

In Uitgelicht wil Women In Music vrouwelijke muzikanten een podium bieden waar ze zichzelf kunnen laten zien. Met deze keer: Roos Blufpand, authentiek en duurzaam kunstenaar.

De nu 26 jarige Roos groeit op in het Gelderse Ede als dochter van een docente Nederlands en een  filosofisch ingestelde vader. ‘Het was niet een specifiek muzikaal gezin, maar de liefde voor de taal komt wel van mijn moeder. Van mijn moeders kant kunnen ze allemaal ook goed zingen. Ook heel mooi meerstemmig, dus het zit wel in het bloed. Als klein meisje wilde ik altijd al zingen en toneelspelen. Een musicalster worden. Ik schreef ook altijd al gedichtjes. Toen ik zeven was wilde ik op pianoles. Die piano hielp me om mijn gedachtenkronkels om te zetten naar liedjes. In het begin waren die in het Engels omdat dat hipper was. Ik was elf toen ik mijn eerste optreden met een eigen liedje had. Er waren veel open podia in Ede waar je van alles kon uitproberen’. Na de middelbare school vertrekt Roos uit Ede en gaat naar het conservatorium in Enschede. ‘Ik wilde weg uit Ede, weg uit het dorpse waar iedereen elkaar kent. Wilde weer ergens anoniem zijn. Maar in Enschede kende je binnen no time ook iedereen weer’, lacht ze. ‘Op het conservatorium had ik als hoofdvakken zang en songwriting. Tijdens mijn auditie heb ik een Engels en een Nederlands liedje gedaan, maar al snel ben ik overgegaan naar het Nederlands omdat ik me daar veel beter in uit kan drukken. Ik ken de lading van de woorden en kan mooier poëtisch zijn met wat ik er echt bij voel. Ik sluit niet uit dat ik dat in het Engels ook ooit zal kunnen, maar op dit moment zijn de ideeën gewoon in het Nederlands’.

De Nederlandstalige liedjes van Roos zijn altijd vanuit een persoonlijk perspectief geschreven. ‘Ik schrijf voor mijzelf, maar ook bijvoorbeeld voor een vriendin of mijn moeder of de wereld. De behoefte om te schrijven en muziek te maken komt heel hard vanuit het willen verwoorden van wat ik voel en dat kunnen geven aan wie ze wil ontvangen en daar iets moois mee doen. Maar het is niet perse noodzakelijk dat ík dat doe. Ik ben ondergeschikt aan het liedje. Behalve dan toen ik klein was en ik een musicalster wilde worden, heb ik nooit heel erg de behoefte gehad om echt een grote ster te willen zijn’, gaat Roos verder. ‘Ik sta op het podium met de lampen op mijn gezicht, maar dat heb ik ook echt moeten leren. Dat vind ik nu wel steeds toffer worden, maar niet vanuit de drang om de artiest uit te hangen. Het betekent niet dat ik niet groot wil worden, want ik vind het leuk als veel mensen mijn liedjes mooi vinden en ze leren kennen. En ook natuurlijk omdat je er gewoon je brood mee moet verdienen. De waardering voor je werk en dat ik dat kan blijven doen, dat is belangrijk’.

Kunst maken is wat ik aan het leren ben te durven

Ging haar vorige album ‘Hoe Dan’ nog vooral over wereldproblematiek en haar innerlijke strijd om aan de ene kant iedereen te willen helpen en aan de andere kant ook gewoon jong zijn en van het leven willen genieten, met ‘Kleed Me Uit’ slaat Roos zowel tekstueel als muzikaal een nieuwe weg in. Op dit onlangs verschenen derde album laat ze een kwetsbare, soms donkere, uitgeklede kant van zichzelf zien. Muzikaal gezien wat rauwer en misschien wat minder toegankelijk dan haar eerdere albums. ‘Mijn comfortzone is liedjes met piano, dat had ik ook kunnen doen’, zegt Roos hierover.  ‘Alle liedjes heb ik ook zo geschreven. Ik had ze in drie weken kunnen opnemen en dan was het een piano ballad album geworden. Maar dat was niet wat ik in mijn hoofd had dus ben echt op zoek gegaan naar wat ik wel voelde. Ik ben minder gaan schrappen achteraf, dat was een uitdaging. Ben veel dichter bij de kern gebleven waar vandaan ik schrijf. Meestal ontstaat een liedje met een zinnetje, een beeld, een gedachtenkronkel, een melodie. Dat is de basis en van daaruit kan ik zo verder schrijven. Mijn natuurlijke neiging is om dan bij dat eerste idee mijzelf af te vragen of het wel klopt wat ik schrijf. Dat proces heb ik geprobeerd te minderen om veel dichter bij de pure emotie te blijven van wat het op dat moment was. Daarom kloppen de teksten nu ook niet altijd. Bijvoorbeeld ‘ik ben gek, maar jij bent normaal’, dat is een zin die eigenlijk niet klopt met hoe ik in het leven sta want ik probeer alleen liefde uit te dragen en wat is dan gek en wat is normaal? Door te zeggen ik ben gek, maar jij bent normaal wijs je eigenlijk ook met een vinger. Ik kan er dan helemaal los op gaan waarom ik niet achter die zin sta en toch heb ik hem wel zo gelaten. Gewoon omdat je het soms wel zo voelt. Het is eerlijker. Eigenlijk vind ik niet van mijzelf dat ik zoiets mag zeggen, maar nu heb ik mijzelf iets meer de kunstenaar laten zijn en dan mag het wel. Het is niet perse de waarheid. Het is een momentopname van hoe het leven soms is. Soms wordt je wel eens buitengesloten of voel je je raar. Oordelen mensen over je omdat je ‘anders’ bent’. ‘Ik denk dat dit wel een goed voorbeeld is van wat ik op de hele plaat heb proberen te doen’, gaat Roos verder. ‘Ik vind het heel spannend om het zo naar buiten te brengen, heel kwetsbaar, maar ik sta er wel heel erg achter. ‘Hoe Dan’ was qua onderwerp zo ingedekt dat alles klopte en er verder weinig over te zeggen viel. Nu kun je bij wijze van spreken over elk nummer een discussie voeren. Elk nummer uitkleden, er een mening over hebben. Dat is veel spannender, maar artistiek gezien ook veel interessanter. De verschillen in reacties zijn ook groter dan eerst. Als lief meisje dat begaan is met de wereld kun je niet veel verkeerd doen. De meeste reacties komen op ‘Ja Natuuuuuuuurlijk’, het meest artistieke nummer ook wel van het album. Iets meer eigentijds. Ik merk ook wel dat ik daar veel meer jonge mensen mee bereik. Je haat het of je vindt het geweldig, er is geen middenweg. Daarom maak je kunst, even kort door de bocht. Dat kan ik heel erg waarderen aan artiesten, maar het is heel spannend om het zelf te doen. Dat is wat ik nu aan het leren ben te durven’.

Het rauwere, elektronische geluid in combinatie met de teksten op ‘Kleed Me Uit’ geeft het gevoel dat er meer boosheid en frustratie uit moet dan voorheen. ‘Dat heb je goed gehoord’, zegt Roos lachend. ‘Maar dat is wel waar’. In liedjes als ‘In De Knoop’ en ‘Alleen Maar’ komt de verstoorde relatie met haar vader aan de orde en de gevoelens die daarbij horen. ‘Het is ook echt helemaal niet leuk, maar ik denk dat het wel goed komt ooit. Dat heeft wel veel tijd nodig. Je ouders zijn zo essentieel voor ieder mens en omdat die relatie bij mij zo verstoord werd ben ik verplicht geweest om naar mijzelf te gaan kijken. Naar wie ik ben en wie ik wil zijn. Verplicht te zijn om meer los te komen van mijn ouders. Van beide, terwijl de relatie met mijn moeder wel heel goed is hoor. Dus dat dat er uit voortgekomen is na tweeëneenhalf jaar is eigenlijk wel weer goed. Daarom durfde ik nu ook deze keuzes als kunstenaar te maken. Over de streep te stappen en zeggen: ‘Hier ben ik!’. En dat is, hoe verdrietig ook, wel gekomen doordat zo’n essentieel iemand in mijn leven die relatie verstoort. Ik vind het interessanter om hierover te schrijven dan om te schrijven wat hip is voor de radio, omdat je een hit wilt hebben. Dat gaat ten koste van het kunstenaarschap. Ik heb me altijd een songwriter gevoeld dus voel me wat dat betreft meer kunstenaar dan muzikant. Muziek is de vorm’.

Het is spannend om niet te lachen

Roos maakt veel gebruik van social media om haar werk onder de aandacht te brengen. Open en oprecht. Maar ook zij ontkomt niet aan de minder leuke kanten hiervan. ‘Bij ‘ja natuuuuuuuurlijk’ heb ik voor het eerst ontdekt dat er heel veel haters online zijn. Mensen die gewoon schelden om het schelden. Dat had ik zelf nog nooit eerder gehad maar bij dat nummer kreeg ik ook wel stomme opmerkingen als ‘kankerslet’ of ‘what the fuck is dit’, dat soort dingen. Gewoon voor de lol, maar dat doet me niet zo veel. Ik weet dat die wereld bestaat en nu heb ik daar voor het eerst ook iets van meegekregen. Maar voor de rest ben ik ook nog niet groot genoeg. Ik denk dat hoe groter je wordt hoe meer nare publiciteit je ook zult krijgen. Aan de andere kant ben ik vanaf het begin altijd heel duidelijk geweest over wie ik ben en waar ik voor sta, dat ik ook wel echt de mensen om mij heen verzamel die dat waarderen. Mijn bandleden zeiden nu juist: ‘je krijgt eindelijk slechte reacties. Dat betekent dat je bekender wordt’. Laat die negatieve reacties dus maar komen. Er zijn nu ook al mensen die zeggen dat ze liever naar mijn eerste platen luisteren. Dat is ook prima. Soms wordt je gewoon verliefd op een bepaald liedje of een bepaalde sound. Dat hoort erbij. Dat is niet altijd leuk, maar het is gewoon zo’. Roos zal zich gewoon met die stralende lach blijven presenteren. ‘Ik ben een vrolijk mens met hele niet vrolijke kanten, maar die laat ik in mijn muziek zien. Met de persfoto’s en in de clip laten we wel zien dat niet alles leuk is. Dat was echt spannend voor mij, om niet te lachen’.

Roos is met haar muziek moeilijk in een hokje te plaatsen. Op zich is dat mooi, maar voor een artiest kan dat ook lastig zijn. ‘In Nederland is het gemakkelijker wanneer je met je muziek in een bepaald genre past. Ik heb er altijd tussen gebungeld. Je kunt meedoen aan wedstrijden, maar daar hou ik niet van. Ik paste er ook niet. Voor de Grote Prijs van Nederland was ik te theatraal, maar voor de Theaterprijs te pop. Dat merk ik ook bij de festivals. Voor Oerol ben ik ook te pop. Zij vinden dat ik gewoon een muziekvoorstelling maak, geen theater met een rare twist. Maar bijvoorbeeld een festival als Down The Rabbit Hole vindt me dan weer te theatraal. Ik denk zelf dat het overal goed kan alleen de muziekindustrie kan mij niet plaatsen en weet niet hoe ze me moeten boeken. Dus dan boeken ze me niet. Ik moet vechten voor mijn plek’.

Dat Roos begaan is met het milieu en de wereld bleek al uit de teksten op ‘Hoe Dan’. Maar waar veel mensen het daar dan bij laten probeert zij haar zorgen om te zetten in zo duurzaam mogelijk leven. ‘Het is iets dat ik online ook steeds meer aan het delen ben, maar eigenlijk gaat het heel vanzelf bij me. Er zit een bijna kinderlijk gevoel in mij dat zich zorgen maakt over de natuur. Ik kan daar heel lang over praten en me er schuldig over voelen. In mijn persoonlijke leven probeer ik duurzaamheid zo veel mogelijk toe te passen. Toen ik ‘Hoe Dan’ maakte wilde ik dat ook zo duurzaam mogelijk doen. En dat heb ik nu met ‘Kleed Me Uit’ ook gedaan. Dan ga je research doen naar drukkerijen die daar ook mee bezig zijn. Die zijn vaak wel wat duurder, maar dat heb ik er wel voor over. Ik vind het tof om mijn geld uit te geven aan die bedrijven. Je komt er dan achter dat biologische inkt en gerecycled karton in allerlei gradaties van duurzaamheid te krijgen zijn. Voor ‘Kleed Me Uit’ heb ik niet eens voor het meest duurzame gekozen want dat vond ik in Amerika. Dan is het wel heel duurzaam geproduceerd, maar moet het alsnog met het vliegtuig hierheen komen’.

Naast dat haar albums zo duurzaam mogelijk geproduceerd zijn, wil Roos ook het liefst zo milieuvriendelijk touren. ‘Twee jaar geleden hadden we logistiek gezien echt een tourbus nodig, maar ik wilde niet op diesel rijden. Voor de vele kilometers die we moesten rijden was elektrisch rijden eigenlijk nog geen optie. Dus toen kwam ik op groen gas uit en nu rijden we op de riolering. Het slib wordt bij de waterzuivering omgezet in gas’. ‘Duurzaam touren is eigenlijk onmogelijk’, gaat Roos verder. ‘Je bent altijd afhankelijk van wat een zaal doet, maar ik merk wel dat het zeker binnen de popzalen begint te leven. Afgelopen dagen was ik aan het repeteren in Metropool en dan hoor je dat ze binnen een aantal jaar ook zo CO2 neutraal mogelijk willen zijn met zonnepanelen op het dak en door bijvoorbeeld tegen artiesten zeggen dat ze niet willen dat ze met vijf auto’s aankomen. Ik kan niet van een zaal eisen dat ze duurzaam zijn en de zaal andersom ook niet, maar het is leuk om te merken dat het begint te spelen. Er zijn nu ook andere artiesten die hun werk duurzaam hebben uitgebracht. Dat is echt tof. Mijn management vindt het natuurlijk commercieel gezien ook wel interessant. Dat blijft een beetje een discussie. Aan de ene kant wil ik het heel graag uitdragen omdat het mensen kan inspireren, maar aan de andere kant is het voor mij zoiets normaals. Eigenlijk vind ik het heel jammer dat ik daar uniek in ben. Ik zou het liefst willen dat iedereen mij na-aapt. Ik denk ook dat het kan. Het idealisme speelt in ieder geval al heel erg.

Je kunt elkaar altijd inspireren

Naast ambassadeur van Orange Gas is Roos ook ambassadeur van Plastic Soup Foundation. Vorig jaar deed ze mee aan World Clean Up Day en maakte met fans de wijk Kanaleneiland in Utrecht schoon. ‘Ik wil mensen bewust laten worden van al het afval dat op straat gesmeten wordt. De decors van mijn voorstelling zijn gemaakt van 100% straatafval. Dat verhaal vertel ik ook tijdens de voorstelling. Ik heb ook vlogjes gemaakt om alternatieven aan te dragen voor plastic producten. Het is natuurlijk niet helemaal nutteloos materiaal, maar het is wel heel erg doorgeslagen. Als artiest kun je gemakkelijker mensen bereiken, maar ik kan het niet alleen. Er moet wel hulp van de overheid bij komen’. Roos geniet  zichtbaar van de positieve reacties die ze van mensen krijgt. ‘Laatst kreeg ik een bericht van iemand dat haar oma van 94 mij via haar volgt en nu ook begonnen is met het scheiden van haar afval. Ook van een meubelmaker die bij een voorstelling van mij was geweest kreeg ik een jaar later een mailtje dat hij naar aanleiding van mijn verhaal over duurzaamheid zijn hele bedrijf 100% CO2 neutraal had gemaakt. Dat is echt te gek om te horen. Dus wat dat betreft kun je in het klein ook veel bereiken. Daar hoef je denk ik niet eens een artiest voor te zijn. Je kunt elkaar altijd inspireren’.

En de toekomst? ‘Dat is de verandering die ik de laatste tijd heb doorgemaakt. Vanaf dat ik 17 was heb ik alles uitgestippeld. Dat zit ook wel in het liedje ‘Laat Het Los’: ‘Is dit nou het grote mensenleven? Zie mij nu hier volwassen zitten zijn’. Ik heb mijn veilige basis losgelaten en zoek door naar wat ik echt in mijn hoofd hoor. Dus in die zin heb ik eigenlijk de toekomst losgelaten. Nu heb ik tot aan mei shows staan. Eerst een clubtour en dan een theatertour. Daarna weet ik het eigenlijk niet zo goed. Ik blijf sowieso schrijven en ben nog wel bezig met andere projecten, maar daar kan ik nog niets over zeggen. Er wordt al wel weer een theatertour geboekt voor het volgende seizoen, maar ik heb nog geen idee wat ik dan ga doen. Misschien ‘Kleed Me Uit’ uitgekleed. Heel spannend’, en lacht.

 

Tekst en foto’s: Willem Schalekamp

 

Een reactie plaatsen