Patti Smith is voor twee avonden terug in haar geliefde ‘Paradisio’. Het zijn inmiddels haar 17e en 18e optreden in de poptempel sinds haar eerste in 1976. Gitarist en songwriter van het eerste uur, Lenny Kaye, is officieel niet mee met deze tour, maar komt speciaal voor de twee shows in Amsterdam overvliegen uit New York. Voor aanvang trekt er een enorme hoosbui over de stad en in allerijl worden er vuilnisbakken op het podium geplaatst en instrumenten afgedekt wanneer blijkt dat er waterlekkage is. Gelukkig kan het optreden doorgaan als gepland met een ontspannen ogende Patti die af en toe wat tekst kwijt is, maar daar zelf veel plezier om heeft.
Na Summer Cannibals, Ghost Dance en Redondo Beach krijgen we verrassend een geweldige uitvoering van Free Money. The Man in the Long Black Coat van Bob Dylan wordt vervolgens opgedragen aan Johnny Cash. Na Summertime Sadness, de mooie Lana Del Rey cover, opgedragen aan haar overleden echtgenoot Fred ‘Sonic’ Smith en Because the Night, verdwijnt ze van het podium om haar stembanden rust te geven. Lenny Kay spreekt zijn hoop en vertrouwen in de toekomst uit met de woorden ‘Because the Kids are Alright’, en zet met de band het nummer van The Who in. Hierna gaat Patti verder waar ze gebleven was als muzikant, poëet, activist en als mens die haar (overleden) dierbaren eert met About a Boy en Smells Like Teen Spirit. Prachtige uitvoeringen horen we van Dancing Barefoot, Peacable Kingdom, Pissing in a River en het slotstuk People Have the Power. Over twee jaar is het vijftig jaar geleden dat Patti Smith voor het eerst in Paradiso stond. Hoe mooi zou het zijn als ze er dan, op 79 jarige leeftijd, weer staat.